 |
HET AUTISTISCH SPECTRUM/ Autistische Spectrum Stoornis (ASS)
Pervasieve ontwikkelingsstoornissen (Pervasive developmental disorders) is de overkoepelende naam in de DSM-IV voor de stoornissen uit het autistisch spectrum.
Mensen met deze stoornissen hebben allen eenzelfde hulpvraag en een zelfde vorm van behandeling nodig.
Autistische spectrumstoornissen bestaan uit de volgende stoornissen:
- De Autistische Stoornis (AD of Autistic Disorder), de kernstoornis
- Stoornis van Rett (Rett’s Disorder),
- Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd (Childhood Disintegratieve Disorder)
- Stoornis van Asperger (Asperger’s Disorder) ook wel Hoger functionerend autisme genaamd (HFA)
- Pervasieve ontwikkelingsstoornis Niet Anderszins Omschreven, (PDD-NOS = engelse afkorting van Pervasive Developental Disorder Not Otherwise Specified). Bij deze stoornis wordt er niet aan alle kernkenmerken voldaan en vallen daarom in deze restgroep.
De stoornis van Rett en de Desintegratiestoornis van de kindertijd ook wel Hellersyndroom genoemd zijn specifieke stoornissen, die eigenlijk alleen bij mensen met een verstandelijke handicap voorkomen.
De meeste kenmerken van de kern autistische stoornis zijn bij de andere stoornissen aanwezig, maar hebben ook weer eigen kenmerken en achtergronden (andere genen in het spel).
Mensen met een autistische spectrum stoornis hebben “kwalitatieve tekortkomingen” in de sociale interacties, communicatie en het verbeeldend vermogen, zoals hieronder nader beschreven wordt. Dit wil niet zeggen dat ze deze vaardigheden helemaal niet hebben. De vaardigheden zijn afhankelijk van de intelligentie, de aanleg en de omgeving.
Soms worden PDD-nos en de stoornis van Asperger als minder ernstige vormen van het spectrum aangeduid, omdat deze mensen vaker een normale intelligentie hebben of zelfs hoogbegaafd zijn. Niets is minder waar. Allen in het spectrum hebben ernstige problemen en dezelfde hulpvraag.
HFA of wel hoger functionerend autisme is niet hetzelfde als hoogbegaafd. Eerst dacht men dat vrijwel alle mensen met Asperger hoogbegaafd waren, maar dat blijkt, nu men meer weet over autisme, niet waar te zijn. HFA wordt nu nog wel gebruikt als er een normale intelligentie is.
Een autistische spectrumstoornis heeft 3 kernsymptomen:
1. Kwalitatieve tekortkomingen in sociale interacties met name wat de wederkerigheid betreft; bijvoorbeeld wel kunnen praten “tegen” iemand maar niet “echt“ een gesprek voeren en niet echt samen met iemand kunnen spelen;
2. Kwalitatieve tekortkomingen in non- en verbale communicatie en het verbeeldend vermogen; bijvoorbeeld gezichts- en lichaamsuitdrukkingen niet snappen en geen fantasie in spel hebben, maar monotoon steeds dezelfde handeling uitvoeren;
3. Een opvallend beperkt repertoire van bezigheden en interesses en beperkte zich herhalende stereotype patronen van gedrag; bijvoorbeeld steeds met hetzelfde speeltje spelen, geen interesse hebben voor wat er om hen heen gebeurd.
De 3 kernsymptomen blijken door het gehele spectrum aanwezig te zijn (Kraijer, 1994, Koster van Groos, 1998).
Kenmerken van een autistische spectrumstoornis
Volgens de criteria van de DSM-IV (Diagnostic Statistical Manual of Mental Disorders 4th Edition).
Diagnostische Criteria voor 299.00 Autistische Stoornis [het volgende is afkomstig uit het Diagnostisch en Statistisch handboek van Psychische Stoornissen: DSM IV]
I. Tenminste zes (of meer) items van (A), (B), en (C), met minstens twee van (A), en een van (B) en (C)
A. kwalitatieve tekortkomingen in sociale wisselwerking zoals blijkt uit tenminste twee van de volgende:
1. opvallende tekortkomingen in het gebruik van meerdere non-verbale gedragingen zoals oogcontact, gezichtsuitdrukking, lichaamshouding, en mimiek(welke sociale wisselwerking regelt)
2. tekortkoming in het ontwikkelen van vriendschappen met leeftijdsgenoten in overeenstemming met het ontwikkelingsniveau
3. een gebrek in het spontaan delen van plezier,interesses, of prestaties met andere mensen, (bv., door een tekortkoming in het verduidelijken van interesses naar anderen mensen)
4. Een gebrek in sociale of emotionele wederkerigheid(bijv. doet niet actief mee aan eenvoudige spelletjes die men alleen moet doen; betrekt andere kinderen uitsluitend als "mechanisch hulpstuk" bij spelletjes)
B. Kwalitatieve tekortkomingen in communicatie zoals blijkt uit minstens een van de volgende:
1. vertraging in, of een totaal gebrek aan, de ontwikkeling van de gesproken taal (welke niet gevolgd wordt door een poging dit te compenseren door alternatieve mogelijkheden van communicatie, zoals gebaren of mimiek)
2. bij individuen met goede spreekvaardigheid, opvallende tekortkomingen in het starten of onderhouden van een gesprek met anderen.
3. stereotype of herhaald gebruik van taal of eigenaardig taalgebruik
4. een gebrek in gevarieerd, spontaan fantasiespel of sociaal imitatiegedrag overeenkomstig het ontwikkelingsniveau
C. opvallend beperkt en stereotype gedragspatroon, interesses en gedragingen, zoals blijkt uit minstens twee van de volgende:
1. overdreven in beslaggenomen zijn door een of meer stereotiepe en beperkte interessegebieden, welke abnormaal zijn in intensiteit of concentratie
2. blijkbaar onverzettelijk ten opzichte van specifieke, niet functionele handelingen of rituelen
3. stereotype en repeterende lichaamsbewegingen (zoals handflappen of draaien met de handen, of complexe bewegingen van het hele lichaam)
4. hardnekkige preoccupatie met gedeeltes van objecten
II. vertragingen of abnormaal functioneren in ten minste een van de volgende gebieden, binnen de eerste drie levensjaren:
A. sociale interactie
B. sociaal taalgebruik
C. imitatie- of fantasiespel
III. de stoornis kan niet verklaard worden als Rett's syndroom of Childhood Disintegrative Disorder
Beeldbeschrijving
De beperkingen betreffen verschillende domeinen, zowel lichamelijk, cognitief, emotioneel als sociaal. Zo zullen sommige kinderen op het ontwikkelingsdomein van de socialisatie zeer in zichzelf gekeerd zijn, terwijl anderen dikwijls op claimende wijze contact maken zonder tot wederkerigheid te komen. Hoe een kind zich gedraagt, kan ook afhankelijk zijn van de omstandigheden/situatie, waarin het zich bevindt. Zo kan het thuis druk zijn en zich ergens anders afzijdig en snel vervallen in stereotype handelingen en bewegingen
Met centrale coherentie wordt bedoeld de tendens om binnenkomende informatie globaal en in de context te verwerken. Frith gaat ervan uit dat ieder mens de drang heeft om waargenomen prikkels tot een zinvol geheel samen te voegen. Kinderen met een autistische spectrumstoornis hebben hier grote problemen mee. Ze nemen de wereld in losse deeltjes waar zonder deze tot een betekenisvol geheel te kunnen samenbrengen. Ze nemen vaak een detail waar en niet de context en borduren op dit detail voort. In hun waarneming lijken de details de hoogste prioriteit te hebben, waardoor de juiste betekenis gemist wordt. Er kan dan ook van een prikkelverwerkingsstoornis worden gesproken (Van Berckelear-Onnes, 1993; 1994).
De hierboven beschreven andere waarneming heeft vergaande gevolgen voor het totale functioneren, maar met name voor de communicatie en de sociale interactie. Het heeft ook vergaande gevolgen voor de wijze waarop de informatie aangereikt dient te worden, omdat één van de gevolgen van de centrale problematiek een gebrek aan transfer is, of wel het geleerde in de ene situatie, niet kunnen toepassen in een andere situatie (Van Berckelaer-Onnes, 1997; Noens; Van Berckelaer-Onnes & Verpoorten, 2001).
Ze lijken niet in staat nieuwe indrukken te verbinden met eerdere ervaringen. De waarneming van betekenisvolle informatie is verstoord.
Een autistische stoornis wordt beschouwd als een ernstige levenslange ontwikkelingsstoornis met vergaande pedagogische gevolgen, het dringt diep door in het ontwikkelingsverloop van het betreffende kind. De symptomen kunnen per individu en per leeftijd verschillen in ernst en verschijningsvorm en op uiteenlopende niveaus van verstandelijk functioneren van diep zwakzinnig tot hoog intelligent. De tekortkomingen betreffen verschillende gebieden, zowel lichamelijk, cognitief, emotioneel als sociaal. Van de 50% kinderen, die wel tot actief taalgebruik komen, is het voor een deel van hen niet mogelijk taal communicatief te gebruiken.
De persoon is ernstig aangetast in zijn persoonlijkheidsontwikkeling. Het gewone leven is moeilijk, verwarrend en beangstigend. Ze nemen vaak een toevlucht tot een smalle reeks van activiteiten, om daarin de veiligheid van voorspelbaarheid te vinden.
Uit de autistische stoornis kunnen specifieke gedragsproblemen voortvloeien, zoals rigiditeit, die zich uit in weerstand tegen veranderingen en stereotype wijze van omgaan met bepaalde voorwerpen en daarnaast stereotypieën, zoals b.v. hoofdbonzen, fladderen met de handen of heen en weer wiegen met het lichaam.
Problemen kunnen zich op vele gebieden voordoen (in mindere of meerdere mate:
In het contact en met name de wederkerigheid, kunnen zich problemen voordoen. Ze kunnen hele verhalen vertellen tegen je, maar niet ‘met’ je praten.
De spraak en taal, kunnen afwijkend zijn. Bijvoorbeeld intonatie hoog of monotoon spreken.
Echolalie kan voorkomen. Dit is het napraten (na-apen) of exact herhalen van woorden in plaats van communiceren. Dit hoeft niet direct te gebeuren, maar het lijkt dan of dat je jezelf na een poosje terughoort.
Er kunnen problemen zijn met het reageren op interne en externe informatie, de ontwikkeling van bewegen en de sociale intelligentie of wel het begrijpen wat er in een ander omgaat. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
Op eenzelfde manier spelen (verbeeldend vermogen), dus een beperkt flexibel gebruik van spelvaardigheden. Slecht gebruik kunnen maken van kennis om vooruit te lopen op wat komen gaat (anticiperen). Minder goed onderscheid kunnen maken in het belang van informatie. Sommigen kunnen een extreme hekel hebben aan bepaalde geluiden of schrikken van harde geluiden. Sommigen hebben een extreme hekel aan het aanraken van bepaalde stoffen of zelf niet aangeraakt willen worden. Sommigen maken weinig, of vluchtig of zelfs geen oogcontact. Geen interesse tonen in de reactie van andere mensen. Vaak kunnen ze zich niet verplaatsen in de gevoelens van een ander (van perspectief wisselen). Of hebben geen interesse speelgoed of ze hebben juist een extreme aandacht voor een speciaal object.
Maar ook hele speciale dingen waarin ze uitblinken: Bijvoorbeeld in tekenen, muzikale vaardigheden, bepaalde geheugenvaardigheden.
Al vanaf de geboorte missen de ouders het wederkerige contact. De ontwikkeling van oogcontact en lachen is laat en vaak lachen deze kinderen niet naar hun ouders. Een actie van hun ouders roept geen voorspelbare reactie op. Daarnaast stoppen ze niet met huilen als ze opgepakt worden en ze ondernemen minder intentionele acties. Ook het gebruik van gebaren en vocalisaties om iets te verkrijgen is moeilijk Kinderen met een autistische spectrumstoornis hebben tevens een gebrek aan voorstellings- en inlevingsvermogen. De betekenisverlening blijft bij het concrete. Ze kunnen de reële wereld niet verlaten en overgaan tot symbolische betekenis of tot dingen, die niet direct aanwezig zijn.
De stoornis in de sociale interacties komt als volgt tot uitdrukking:
Kinderen met een autistische spectrumstoornis hebben vaak problemen met het begrijpen van sociale informatie. Ze zijn vaak niet geïnteresseerd in het gezicht van andere mensen, maken geen of weinig oogcontact, lachen minder en zijn vaak meer gericht op voorwerpen dan op mensen (Clements & Zarkowska, 2000; Eussen, 1995). Hierdoor missen ze sociale informatie, die bijvoorbeeld afgelezen kan worden van gezichtsexpressie, zoals emoties bijvoorbeeld hoe iemand zich voelt. Deze informatie is belangrijk om je eigen gedrag hierop af te kunnen stemmen. Ze hebben problemen met het feit dat de gedachten en informatie van andere mensen anders is dan die van henzelf, maar ook met informatie, die verborgen is achter woorden, zinnen en dergelijk. Hierdoor gaat de betekenis verloren (Clements & Zarkowska, 2000).
Doordat kinderen met een ASS vaak niet gericht zijn op mensen, hebben ze ook minder de neiging om anderen te imiteren. Dit gebrek aan imitatie kan leiden tot een achterstand op vele gebieden van de ontwikkeling (Eussen, 1995).
De stoornis in het verbeeldend vermogen en flexibel denken en handelen komt als volgt tot uitdrukking:
Kinderen met naast de verstandelijke handicap een ASS laten in hun spelontwikkeling ook een duidelijk afwijkend beeld zien. De eerder genoemde problemen met de centrale coherentie hebben grote gevolgen voor hun spelontwikkeling. Ze gaan vaak vanaf het eerste begin op een afwijkende manier om met spelmateriaal. Door hun vaak zeer beperkte en vooral eenzijdige belangstelling voor de omgeving en om een bepaalde voor hen veilige sfeer te creëren, blijven ze vastzitten in een stereotiepe manier van manipuleren van materiaal en breiden hun spelactiviteiten niet spontaan uit. Ze nemen minder initiatief, blijven steken in eenvoudig motorisch en constructiespel en komen zelden tot symbolisch spel (Van Berckelaer-Onnes, 1997a).
De symptomen van iemand met een autistische spectrumstoornis (ASS) kunnen met de leeftijd veranderen. Bij met name een ASS kan het zijn dat een kleuter de diagnose Autisme krijgt en als puber meer aan PDD-NOS gedacht wordt.
Ondanks dat het syndroom van Asperger en PDD-NOS over het algemeen als lichtere varianten van autisme gezien worden, zegt dit niets over de ernst van de problematiek.
Asperger en PDD-NOS worden als lichtere varianten gezien, omdat met name Asperger voornamelijk voorkomt bij personen met een normale intelligentie.
85 % van de personen met een autistische spectrumstoornis zijn namelijk verstandelijk gehandicapt. Een dubbele handicap dus.
Bij 4 á 5 op de 10.000 personen wordt de diagnose Autisme gesteld.
Met name bij de personen met een autistische spectrumstoornis blijft zo’n 80% zijn gehele leven aangewezen op voortdurende zorg en ondersteuning.
PDD-nos
PERVASIVE DEVELOPMENTAL DISORDER-NOT OTHERWISE SPECIFIED (PDD-NOS) of Pervasieve ontwikkelingsstoornis niet nader omschreven. PDD-NOS behoort tot het spectrum van Autistische Stoornissen. Doordat deze kinderen niet aan alle kenmerken voldoen of de kenmerken in mindere mate vertonen en andere kenmerken hebben, mag niet van Autisme worden gesproken en wordt dan ook wel van Autisme aanverwante contactstoornis gesproken. Er is ook een overlap in kenmerken tussen PDD-NOS en ADHD. Doordat in Amerika er meer nadruk wordt gelegd op de contactstoornis wordt daar vaker een kind als PDD-NOS gediagostiseerd, waar hier in Nederland voor hetzelfde de diagnose ADHD zal vallen. Hier wordt erkend dat ook ADHD-ers moeite hebben met contact leggen. Van een aantal van de onderstaande kenmerken kunnen ADHD-ers dus ook last hebben. Kinderen met PDD-NOS hebben vaaj voornamelijk problemen met het “sociale snapvermogen”. Ze kunnen niet goed begrijpen wat er in anderen omgaat, zodat ze hun gedrag daar ook niet op kunnen afstemmen.
Consequenties voor het leren van alle dag, zowel thuis als op school
Kinderen met een stoornis laten vaak een wisselend beeld zien in functioneren. De ene dag zijn ze geconcentreerd, gehoorzaam en sociaal en leren zij redelijk goed, maar op andere dagen kunnen zij erg teruggetrokken zijn, zelfvertrouwen missen en storend gedrag vertonen. Dit kan met verschillende zaken te maken hebben, zoals met (soms hele kleine voor ons futiele) veranderingen in het patroon, de drukte in de klas, beslommeringen over onduidelijkheden en onvoorspelbare zaken.
Het autistisch denken: het denken wordt gekenmerkt door een specifieke stijl van informatieverwerking. Er is een tekort aan samenhangend denken (zwakke centrale coherentie). Een detail verliest, als detail in een groter geheel, zijn betekenis en krijgt een geheel andere betekenis. Deze betekenis vloeit vaak voort uit de context. Een puzzel stuk (detail) wordt naast een andere puzzelstuk (groter geheel de puzzel) bijvoorbeeld een oor van een dier (hond). Het stukje verliest dan de betekenis als stukje (detail).
Dit samenhangend denken is een normale en spontane manier waarop mensen indrukken en informatie verwerken, behalve bij een ASS. Mensen met ASS brengen de verschillende stukjes waarneming niet spontaan met elkaar, maar ook niet met de context in verband.
Een voorbeeld een stoplicht gaat op groen, kind gaat lopen. Licht springt op rood. Rood betekent stop en het kind met ASS stopt ter plekke op de zebra. Rood betekent stop afhankelijk van de context. Dus niet als je ‘op’ de zebra loopt. Dus op basis van de context wordt de betekenis van wat we waarnemen toegevoegd.
De contextafhankelijkheid van betekenissen is vooral uitgesproken aanwezig bij het verlenen van betekenis aan het menselijke gedrag. Een traan betekent soms verdriet, soms plezier, soms pijn, of uien snijden.
Mensen met ASS nemen letterlijk waar en wordt gedrag moeilijk als je verder moet kijken (de context) dan het letterlijke. Een traan is letterlijk een druppel water. Nu is gedrag nog complexer, omdat er ook nog eens niet “zichtbare” dingen meespelen zoals gevoelens, ideeën en verlangens.
Het is dus erg moeilijk om sociaal gedrag te snappen. Het moeite hebben met het samenhangende denken heeft ook gevolgen voor de communicatie tussen mensen, zowel verbaal (taal) als non-verbaal (bv gezichtsuitdrukkingen). Mensen met ASS snappen daarom vaak grapjes ook niet (de betekenis er achter wordt gemist). Communicatie is zo complex, omdat we niet alleen woorden en zinnen moeten begrijpen, maar tevens de (sociale) wereld die achter de woorden schuilgaat.
Zonder samenhangend denken en verbeelding is dit eigenlijk onmogelijk.
Het detailgerichte denken kan tot gevolg hebben dat als een detail verandert dit angst en verwarring tot gevolg kan hebben. Daarom levert het zoveel problemen op als je in de ene situatie iets geleerd hebt, dan is dat niet vanzelfsprekend voor de volgende situatie (die anders is). Deze situatie is weer geheel nieuw namelijk op detailniveau. Dit wordt problemen met generaliseren genoemd. Pas als je kennis en vaardigheden kan veralgemeniseren dus de letterlijke verschillen of gelijkenissen kan overstijgen en het overkoepelende verschil kan zien, dan is het mogelijk te generaliseren.
Nu is het niet zo, dat mensen met autisme nooit tot een geheel kunnen komen of nooit een samenhang kunnen construeren. Dit is alleen mogelijk door stapje voor stapje, beetje bij beetje. Ze zien een stuk metaal, dan een stuk hout en daarbij wordt het label gezocht (hamer) en daarna pas de betekenis (het is een hamer waarmee je kunt timmeren).
Complexe handelingen en activiteiten die uit meerdere stappen bestaan zijn daarom moeilijk. Complexe Handelingen/activiteiten zoals aankleden, huiswerk maken, een gesprekje aanknopen bestaan uit diverse aparte handelingen.
Daarom moeten we proberen vage instructies/opmerkingen te vermijden. Een voorbeeld:
Ga maar werken. Dit roept op: Welk werk dan, hoe lang moet ik werken? Hoe moet ik het maken?
AUTISME Een boeiend maar complex beeld.... (van de site van de Vlaamse vereniging voor Autisme).
Autisme uit zich in eerste instantie het opvallendst in het gedrag. De drie kernproblemen van autisme situeren zich op het gebied van communicatie, op sociaal vlak en in het flexibel denken en handelen. Dit noemt men de “triade”.
Mensen met autisme hebben moeite in de omgang met anderen omdat sociale regels heel wisselend (naargelang de context) én onzichtbaar zijn. Sommigen proberen heel veel contact te leggen met anderen, maar deze contactname komt vaak stroef, bizar of vreemd over. Het ontbreekt hen aan sociale finesse, vaak zijn ze in sociale relaties ook heel naïef. Dit gemis aan intuïtief sociaal gevoel, proberen ze soms goed te maken door middel van intelligentie en logica, of door imitatie van anderen. Vanaf de kinderleeftijd krijgen ze heel wat labels mee: koppig, gedragsgestoord, onbeleefd, excentriek, bizar, egoïstisch, vreemd,…
Sommige mensen met autisme praten niet, anderen “papegaaien”, nog anderen zijn juist vlotte praters die over een uitgebreide woordenschat en grammatica beschikken. De problemen op communicatief vlak kunnen zich dan ook op subtiele wijze uiten, maar vaak is hun communicatie oppervlakkig, met een repetitieve inhoud. Omwille van hun associatief denken zit er vaak weinig lijn in hun verhaal. Mensen met autisme hebben niet alleen moeite met het zich op een verstaanbare manier te kunnen uiten, ook het begrijpen van de communicatie van anderen loopt kwalitatief anders.
Stroef handelen en een beperkt gedrags- en interessepatroon uit zich vooral in een moeilijke aanpassing aan nieuwe situaties; mensen met autisme hebben moeite met veranderingen. Als reactie op stress kunnen stereotiepe bewegingen voorkomen. Ze ontwikkelen ook heel wat routines.
Moeilijk te herkennen en een andere informatieverwerking...
Zoals hierboven reeds beschreven, bestaat er geen kenmerk dat typisch en uniek is voor autisme. Autisme uit zich op duizenden verschillende manieren. En hoe ouder - of hoe intelligenter - iemand met autisme is, hoe meer hij geleerd heeft de stoornis te compenseren en camoufleren. De diagnosticus moet dan ook over een grote klinische ervaring beschikken om de diagnose te kunnen stellen. Autisme toont zich immers vooral langs de binnenkant: in de andere manier van waarnemen, informatie verwerken en betekenis geven.
Mensen met autisme nemen de wereld op een andere manier waar. Vaak richten ze zich op (onbelangrijke) details, en zien het geheel niet, waardoor ze ook tot een andere betekenisverlening komen. Ze kunnen heel weinig rekening houden met de context, en ze gaan over- of ondergeneraliseren. Men noemt deze andere informatieverwerking een zwakte in de “centrale coherentie”. Precies omdat ze de wereld anders waarnemen en interpreteren, komen ze vaak tot een ander, vreemd, bizar,… gedrag dat gebaseerd is op deze (andere) betekenisverlening.
Autisme en normale intelligentie.
Het is niet toevallig dat de diagnose autisme in combinatie met normale intelligentie voor verwarring zorgt. Deze mensen leren immers dankzij hun intelligentie hun problemen voor een stuk te verbergen. Een buitenstaander is dan ook vlug misleid: “Het is toch allemaal zo erg niet…”, of: “Dan ben ik ook autistisch!”. Toch heeft de stoornis in het dagelijkse leven heel wat verregaande gevolgen. Autisme is immers ook bij hen een pervasieve ontwikkelingsstoornis: het gaat niet om wat eigenaardig gedrag, excentriciteit of moeite met sociaal contact.
Omgaan met mensen met autisme
Veel taal wordt door mensen met autisme letterlijk begrepen, of deels, of helemaal niet begrepen. De essentie van een boodschap kunnen ze vaak ook moeilijk halen uit lange, ingewikkelde zinnen. Gelaatsuitdrukkingen, lichaamstaal en sociale aanwijzingen werken vaak niet. Ook het denken in abstracte begrippen is voor hen vaak niet eenvoudig. Naar communicatie toe betekent dit dat boodschappen liefst zo concreet mogelijk overgebracht worden, zonder veel figuurlijk taalgebruik en zonder verbale overlast. Zeg duidelijk wat je bedoelt. Visuele hulpmiddelen, zoals geschreven woorden en planning, of tekeningen, foto’s, voorwerpen,… kunnen ter ondersteuning of ter vervanging van verbale communicatie (levens-)noodzakelijk zijn.
Mensen met autisme hebben moeite om zich te organiseren; ook hier kan ondersteuning en duidelijkheid helpen.
Mensen met autisme zijn, omwille van hun handicap, egocentrisch. De meeste hebben ontzettend grote moeilijkheden om de reacties van anderen te begrijpen. Probleemgedrag is vaak een reactie op beangstigende of verwarrende ervaringen en dus niet persoonlijk bedoeld.
Mensen met autisme zijn vaak hypergevoelig aan bepaalde sensoriele prikkels, zelfs “gewone” niveaus van geluid en visuele prikkels kunnen hen sterk afleiden of storen. Ook dit is sterk verschillend van individu tot individu.
Enkele cijfers over het voorkomen van autisme...
De cijfers variëren nogal per studie en naargelang de diagnose die men betrok in de onderzoeken. Recente prevalentiecijfers die uitgaan van de diagnose autisme spectrumstoornis geven aan dat het over ongeveer 1 op 200 personen! Wanneer de diagnostische criteria verengd worden tot de autistische stoornis gaat het over 1 op 1000. De hogere cijfers, in vergelijking met vroeger, zijn vooral te verklaren door een betere detectie en diagnostiek, en een verbreding van de definities en criteria. Er is dus geen wetenschappelijk bewijs voor een hogere prevalentie dan vroeger!! Mannen hebben 3 à 4 maal meer kans dan vrouwen om een diagnose te krijgen. Wat het al dan niet samengaan met een verstandelijke handicap betreft: momenteel gaat men ervan uit dat dit in slechts 50% van de gevallen zo is.
|
 |
 |
Informatie
Kennismaken Onder de knop ‘Kennismaken” vind je informatie over degene achter deze site.
Informatie Onder de knop ‘Informatie’ kun je allerlei info vinden over bijvoorbeeld AD(H)D, Autisme, Comorbiditeit, hulpverlening, PGB en nog veel meer!
Project Onder de knop ‘Project’ kun je lezen wat het project inhoudt en waarvoor informatie of hulp wordt gevraagd.
Contact Met de knop ‘Contact’ kun je contact met mij leggen, als je een vraag hebt of informatie hebt voor mij.
Links Onder de knop ‘Links’ zijn gerelateerde sites te vinden.
|
 |
 |